De belangrijkste begrippen rond contactlenzen en je ogen, op alfabet.
- ADD (additie)
- Extra sterkte voor dichtbij, bij ouderdomsverziendheid. Zie multifocale lenzen.
- AS (as)
- De richting van de cilinder bij astigmatisme, in graden van 0 tot 180.
- Astigmatisme
- Een hoornvlies dat in de ene richting sterker gebogen is dan in de andere. Gecorrigeerd met torische lenzen.
- BC (basiscurve)
- De kromming van de achterkant van de lens, in millimeter. Moet passen bij de bolling van je oog.
- Bijziend (myopie)
- Dichtbij scherp, veraf wazig. Herkenbaar aan een min-sterkte.
- CYL (cilinder)
- De sterkte van de correctie voor astigmatisme.
- DIA (diameter)
- De doorsnede van de lens in millimeter.
- Dioptrie
- De eenheid voor de sterkte van een lens of brillenglas. Hoe groter het getal, hoe sterker.
- Hoornvlies (cornea)
- Het heldere, gebogen voorste deel van je oog, waarop de contactlens ligt.
- Keratitis
- Een ontsteking van het hoornvlies. Bij lensdragers vaak door een infectie. Zie klachten met lenzen.
- Monovisie
- Eén oog gecorrigeerd voor veraf, het andere voor dichtbij.
- Ouderdomsverziendheid (presbyopie)
- Moeilijker scherpstellen op dichtbij, meestal vanaf je veertigste.
- RGP-lens (harde lens)
- Een vormvaste lens die veel zuurstof doorlaat.
- Siliconenhydrogel
- Een materiaal voor zachte lenzen dat veel zuurstof naar het hoornvlies doorlaat.
- SPH (sfeer)
- De sterkte voor bij- of verziendheid.
- Torische lens
- Een lens voor astigmatisme, met een vaste stand op het oog.
- Verziend (hypermetropie)
- Het oog moet extra inspannen om scherp te zien, vooral dichtbij. Herkenbaar aan een plus-sterkte.
Laatst bijgewerkt: 2 oktober 2026.